|
|
 |
|
 |

|
|
|
|
Slowfood ontstond eind jaren tachtig van de vorige eeuw in Italië als hedonistische tegenbeweging van de universele fastfoodcultuur. Verdedigt het recht op genieten en predikt de herwaardering van traditionele en diverse bereidingsmethoden. Ontwikkelde zich zodoende al snel tot dé voorvechter van strikt seizoensgebonden streekprodukten en -gerechten, het zogenaamde culinaire erfgoed. En heeft er inmiddels toe geleid dat streekboerenfamilies de designerlabels van het food zijn geworden. Slocal - een samentrekking van slow en local - on the catwalks!
Slow staat niet alleen voor het tegenovergestelde van fast, maar ook voor de aandacht en zorg waarmee (vooral)streekprodukten worden bereid. Uit de vergetelheid gerukte ingrediënten die vroeger het visitekaartje waren van een bepaalde streek, maar door de nivelleringsdrang vanaf de jaren zestig in het slop zijn geraakt. Wordt nu gebruikt om de eigen (streek)identiteit van restaurateur en producentenfamilie te benadrukken en de leveringsketen te verkorten, wat weer goed is voor het milieu.
Maar er zit nog een ander voordeel aan erfgoedvee en -gewassen: Moderne veerassen zijn verzwakt door menselijk ingrijpen, terwijl erfgoedvarianten in de loop der eeuwen zijn gevormd via natuurlijke selectie, zogenaamde survival-of-the-fittestmechanismen. Erfgoedmateriaal is daardoor sterker en meer opgewassen tegen uitbrekende ziektes.
De streekbewustheid werd hier ooit ingezet door Jonnie Boer die in zijn eigen Zwolse omgeving wiedethee ging plukken, paddestoelen ging zoeken en alleen nog maar streekvee en -vis op de kaart zette (snoekbaars!). Nu, zo'n twaalf jaar later heeft een en ander zo'n vlucht genomen dat je je langzamerhand gaat afvragen hoeveel Baambrugse biggen er eigenlijk in het minuscule dorpje Baambrugge onder de rook van Amsterdam passen, of hoeveel Opperdoezer ronde aardappels er van de Noord-Hollandse Opperdoezer velden kunnen worden gerooid...
Werd een beweging als slowfood aanvankelijk gekscherend afgedaan als een stelletje snobs dat zo pietepeuterig met eten bezig was, dat ze salieblaadjes per stuk frituurden, inmiddels zijn ze een niet meer weg te denken aanwezige op én mede-organisator van streekfestivals. En tegelijk een actieve voorvechter van bio- en smaakdiversiteit, authentieke productiewijzen en tradities in eetculturen. Dit via het terughalen van oude dierenrassen en streekprodukten, bijvoorbeeld door het opkopen van landerijen, waar oude soorten weer op traditionele wijze worden geteeld.
Was streekgebonden in eerste instantie vooral een manier om tradities en eetculturen te conserveren, de laatste jaren werd het ook een krachtig argument in de duurzaamheidsdiscussie. Wie slechts producten eet uit eigen streek en seizoen, zou de hoeveelheid afgelegde foodmiles danig kunnen inkorten. Steeds meer onderzoeken wijzen er inmiddels wel op dat lokaal niet automatisch beter is dan niet-lokaal. Soms laat een product dat de halve wereld is overgevaren in een grote oceaanstomer een minder grote ecologische voetafdruk achter dan een streekgebonden ingrediënt.
Toch is het een positieve ontwikkeling als giga hotelketens als het Amerikaanse Loews lokale boeren adopteert, waardoor die een bestaansrecht houden, terwijl de hotelgasten profiteren van de meest verse, lokale aanvoer van organische, seizoensgebonden gewassen. En nu Michele Obama haar eigen moestuin bij het Witte Huis heeft aangelegd, om haar kinderen te leren over lokale en seizoensgerichte gewassen, kunnen wij toch niet meer achterblijven?
Tegentrend: Fair trade.
Als meer koks en consumenten (en zelfs hele Italiaanse steden!) overgaan op lokaal geproduceerde ingrediënten, komt de Fair Trade in het gedrang. Want arme boeren in derdewereldlanden die afhankelijk zijn van de export naar en een eerlijke betaling door westerse landen, zien een teruggang in de afname van hun goederen. En dus komt er een sterke lobby op om lokaal met fair te combineren in de ultieme win-winsituatie.
(foto: Slocal slakken op de markt in Riposto, Sicilië)
Top 3 Slocal:
1. Urbanibalisme: Het is een misverstand te denken dat voedsel alleen op het platteland groeit, juist de urbane omgeving is rijk aan voedsel, vaak omdat de daar levende soorten nauwelijks natuurlijke vijanden kennen (afgezien van auto's). Urbanibalisten houden zichzelf in leven met in de urbane omgeving geraapt voedsel. Van Amerikaanse rivierkreeftjes tot Chinese wolhandkrab, distels, meidoorn en wilde oregano.
2. Erfgoedspermabanken en -plantages: Overal ter wereld ontstaan initiatieven om bedreigd vee en dito gewassen te herintroduceren en verzamelen. Zet uw culinair erfgoed op de spermabank!
3. Microbrouwerij: Kleinschalige onafhankelijke bierbrouwerij met een productie van een paar duizend hectoliter per jaar van uitsluitend streekgranen. Net voldoende om in de eigen omgeving - vaak een in-huis café - af te zetten en te combineren met een locaal gerecht, dat immers opgroeide op dezelfde streekbodem en dus de ideale tafelgenoot vormt.
Meer slocaltrend onder de knop 'food & wine lingo'.



|
|
 |

Koop nu en grijp nooit meer naast de foodtrends!

Lees hier over
de eerste editie in Het Parool!
|