|
|
 |
|
 |

|
|
|
|
Trends. Al jaren roepen trendgoeroes dat ze 'uit' zijn. Toch vonden ze niet eerder zo rap navolging, tot in de laagste regionen.
Ook met foodtrends is er nauwelijks een kok, producent, retailer of consument te vinden die zich er niet aan onderwerpt. Vrijwillig. Sommige foodtrends zijn als de LPF - snel opkomen, nog sneller weer ten onder. Andere hebben het zitvlees van een Balkenende en worden met gemak voor een derde of vierde keer opgewarmd.
En net als in de mode liggen de foodtrends tegenwoordig vooral op straat. Talkin' food® signaleert, registreert en reconstrueert.
Talkin' Food®, food=fashion!
Ook wel: lo-fi food. Of: de gastronomisering van ons basisvoedsel. Connoisseur [kon-wah-soewer]. Zo spreken en schrijven toonaangevende Angelsaksen het Franse woord connaisseur [konnè-seurg] graag uit. Het woord grijpt wild om zich heen in Engelstalige foodpublicaties. En de foodtrends die ons land overspoelen, zijn nu eenmaal - hoewel absoluut niet 1-op-1 - grotendeels afkomstig uit deze gidslanden.
De old skool culisnob is sinds de recessie stilletjes met de staart tussen de benen verdwenen, om plaats te maken voor de connoisseur. Zoek de zeven verschillen. Wij houden het op de belangrijkste: de culisnob snobde met de hogere keuken, de luxe ingrediënten, van foie gras tot wilde kaviaar en bluefin tonijn. Maar dat kán om economische, zowel als ethische redenen inmiddels absoluut niet meer. Noch het breed laten hangen, noch ‘foute’ ingrediënten naar binnen werken is nog done – zo mocht het Londense VIP-restaurant Nobu vorig jaar aan den lijve ervaren.
En sindsdien snobt de connoisseur met basislevensmiddelen, oftewel low fidelity of lo-fi food. Van aardappel tot gehaktbal. Van rijst tot kroket. Noem het de gastronomisering van ons dagelijkse voedsel. Van kaas, thee, koffie, brood, bier, zout, aardappels en bonen. Hoe ‘lager’, hoe beter: organen, slachtafval, alles waarvoor de haute koks lang hun neus ophaalden. Er bestaat ook helemaal niet zoiets als connoisseurkaviaar, haute foie gras of gourmettruffel, maar connoisseurbonen, -bier en -kaas betsaan wel. Hier wordt duidelijk gesnobd met de lage keuken.
Dat is ook veel uitdagender voor de gemiddelde foodie die altijd op queeste is naar beter en onbereikbaarder, want een goede champagne of foie gras uit de luxeschappen graaien, is vrij gemakkelijk (mits de financiële middelen). De hogere keuken is de laatste decennia door de culisnob behoorlijk afgegraasd en kent voor hem geen geheimen meer. Zoniet de lage keuken. Een gourmetgehaktbal creëren die je gehemelte net zo kietelt als pakweg die goddelijke champagne, da’s pas ware kunst. En daarvoor heb je gerichte kennis nodig. Expertise. Dat kan alleen een connoisseur.
En dat haakt naadloos aan bij DIY en couturizing, want de echte connoisseur gaat zelf zijn koffiebonen microroosteren met een blend van kennis en persoonlijke voorkeur. En als hij een theezakje (hoewel, het idée…) in zijn mok hangt, dan wel eentje met smaakjesvrije conoisseurthee als Anxi Ti guanying of Pu-Er. Want juist ons smaakpalet voor de dagelijkse ingrediënten wordt steeds verfijnder. Het kenmerkt een culinaire volwassenwording. En al helemaal bij de ‘jeugd’, wist onderzoek ons laatst te vertellen. En die basisingrediënten willen we dan ook nog perfect bereiden. Én eten, als we überhaupt de deur nog uitgaan. Om dit lage voedsel te eren, ontstaat horeca waarin juist het basisvoedsel tot hoofdingrediënt wordt gebombardeerd. Van de Meatballshop in de New Yorkse wijk Brooklyn tot derde- en vierdegolf koffiebars met bijna meer zetmogelijkheden dan er koffieboonsoorten bestaan, waaronder de populaire kopsgewijze filtermachine en de aeropress. Waaraan natuurlijk voorafgaat het kopsgewijs boetiekmicroroosteren van de bonen.
Ook kookboeken gaan steeds meer over één ‘laag’ lo-fi ingrediënt. Over de aardappel, rijst of bonen. De hoeveelheid boeken van topchefs over het lang door hen verhuisde BBQ-en is momenteel zelfs schier oneindig. Zelfs de Amerikaanse driesterrenchef Thomas Keller kwam met ‘thuiskookboek’ Ad Hoc at Home, net als voormalig tweesterrenchef, gastrokunstenaar Pascal Jalhaij die in zijn boek Pascal Jalhaij Proeft varianten op de simpele omakeuken toont. In Amerika zijn er rijstpudding- en mac ’n cheese-bars. In Maastricht opende tweesterrenkok Hans van Wolde een frietkot. In het Londense Chelsea glorieert gourmetkaasrestaurant L’Art du Fromage met onder meer het aloude restgerecht tarte flambée op de kaart. En onze eigen kaasgoeroe Betty Koster opende niet alleen haar tweede gourmetkaaswinkel, maar geeft ook gastronomische kaascursussen die twee uur per keer leerwerk vereisen. Want dat is de tol die we betalen als het basisvoedsel gastronomiseert: kennis.
En om aan te geven dat we ondanks onze nieuwe voorkeur voor varkenszwoerd en eendenvoeten niet bepaald van de straat zijn, plaatsen we er graag kwalificaties als ‘gourmet’, 'haute' en ‘connoisseur’ voor. Angelsaksen (ja, ze zijn een grote invloedsfeer) noemen het fenomeen ook wel ‘curate’, een term die tot voor kort was voorbehouden aan museumconservatoren. Nu is ‘cureren’ het met kennis selecteren en verwerken van de maaltijdingrediënten, zoals een museumconservator met kennis een tentoonstelling samenstelt. De kunst van het lage eten.
(foto: varkensbuik, van lo-fi voedsel gepromoveerd tot ultieme connoisseurhap)
Top 3 low fidelity:
1. Varkensbuik: Lager, pardon lo-fi-er, kmt het niet dan de onderkant van het varken, dat nu dus wordt opgehemeld als het hoogst haalbare. In welke bereidingswijze dan ook. Hoewel doorgaans langzaam gegaard wel de absolute top vormt.
2. De gehaktbal: Ooit het symbool van bouwvakkers en andere eerlijke harde werkers en wellicht daardoor juist nu verheven tot de gourmethap du saison. Vooral van kleinschalig geteelde weiderunderen.
3. De aardappel: Lang verguisd als ultiem armeluizenvoer en dikmaker, maar nu bezig aan een rasse voorwaartse mars. Liefst zo puur en ongekunsteld mogelijk. Hooguit met een àla minute mosterd-botersausje.
Meer low-fidelitytrend onder de knop 'food & wine lingo'.
Vegetarisme is niet meer wat het geweest is. Van zielige dieren redden, heeft de nouveau-vegetariër zijn doel verlegd naar het redden van de ganse wereld. Duurzaam, fair en lokaal zijn inmiddels koren op de molen van elke vega. Met dank aan foodgoeroes als Michelle Obama met haar Wittehuismoestuin, Michael Pollan en Jonathan Safran Foer. En nu dé vleesvervanger, de regenwouden verslindende kroonjuweel soja, van zijn politiek-correcte sokkel is getrokken, maakt old school vegetarisme plaats voor een tofuvrije oervariant. Terug tot de lokale oerwortel! Wie heeft het überhaupt nog over vlees?
Volgens eetgeweten Michael Pollan is elke hap een politiek statement. En dat zou weleens de reden kunnen zijn waarom vegetarisme het zo goed doet bij de sterren, die er ongetwijfeld een haalbaarder doel in zien dan in pakweg de wereldvrede. Denk aan vleesverlater Paul McCartney met zijn vleesvrije maandag en rawfoodies Demi Moore en Woody Harrelson.
Maar juist vegetarisme is niet meer wat het geweest is. Behalve bij achtjarigen is vleesloos gaan vanwege de zielige dieren nauwelijks nog een issue. Ook in vegetarisme zijn de mantra’s nu duurzaam, fair, eco, lokaal en - belangrijk - de volksgezondheid. En dat maakt versie 2.0 een stuk gecompliceerder dan simpelweg ‘niets eten dat ademt’. Waardoor oud-kroonjuweel soja in een fikse milieu-identiteitscrisis verkeert. Zelfs zozeer dat nieuwkomer Soyes zich aan zijn doelgroep van dagjesvegetariërs voorstelt als garnaal. In reclamelingo klinkt die boodschap dan als volgt: 'De garnaal die geen garnaal is'. Alsof vegetarisme 2.0. niet op te brengen is zonder iets met beestachtige trekken op het bord. Terwijl beesten eten nou juist het probleem is.
Hoewel? Jonathan Safran Foers literair-vegetarisch pleidooi Eating Animals bevat liefdevolle beschrijvingen van kleinschalige en zelfs een paar vegetarische(!) veeboeren. Die hun veestapel niet volstoppen met gemanipuleerde granen, maar vrijelijk laten grazen en zo de aardebedreigende methaanscheten minimaliseren. Niet het dier is zielig of de vleeseter fout, maar de intensieve veehouderij (waaraan wij onder meer met de antibioticaresistente superbacterie ESBL besmette kippen te danken hebben), luidt Foers tegendraadse boodschap.
Al even tegendraads als de vegetarische kok die Kobe-beefburgers grilt bij Burger Bar Amsterdam. En de Amerikaanse hamburgerketen Acme die op vleesloze maandag bonenburgers serveert. Of het groeiend aantal biologische fruittelers bij wie kleinvee tussen de ecogewassen scharrelt. Amerika’s biogroentengoeroe Eliot Coleman laat zelfs runderen op zijn akkerland rouleren. Omdat koeienvlaaien, hoefgetrappel en gegraas bijdragen tot een gezondere grond die betere gewassen voortbrengt. Ja, zelfs méér koolstof kan vasthouden dan de herkauwer überhaupt uitstoot.
Vegetarisme is hiermee niet langer Roomser dan de Paus (zevendedagadventist Marianne Thieme uitgezonderd), maar eerder pragmatisch. Bijna 5% van de Nederlandse bevolking eet momenteel volledig vegetarisch, maar een groeiende groep parttime vegetariërs, of flexitariërs, gaat uit duurzaamheidsoverwegingen moeiteloos één of meer keren per week vleesloos. Niet met zogenaamde vleesvervangers, want die blieven de 'vleesverlaters' niet, maar met bijvoorbeeld etnische varianten waarbij vlees totaal geen issue is.
Hier past ook een woord van dank aan groenpioniers als de Franse kok Alain Passard die jaren geleden al vlees afzwoer in zijn Parijse veelsterrenrestaurant. En aan de in Chicago (rauw) 'kokende' driesterrenchef Charlie Trotter. Mede dankzij hun inspanningen is vegetarisch ook in topzaken een serieuze optie. Want juist op het sterrenbord waren groenten tot voor kort een behoorlijk schaars goed. Van tuinkruidenomelet naar haute vega.
Vegetarisme 2.0 is niet langer 'minder' (want: geen vlees), maar méér: méér smaak, meer bewustzijn, meer duurzaamheid, meer style, meer genieten. Vegetarisme wordt eindelijk niet meer afgezet tegen vlees of gedefinieerd door een gemis. Het is een autonoom gegeven geworden met een eigen bestaansrecht. Voorbij dus het bestaan bij de gratie van de 'vijand' (vlees). En hiermee is vegetarisme eindelijk volwassen geworden. Ook op de vegaQ - de vegetarische BBQ.
(foto: urbaan geraapte salade met o.a. wilde borage, kamille, venkel en mosterdblad; Wim Hanenberg)
Top 3 Veggienista:
1. Genieten: Ooit een vies woord bij hardcore vega's. Nu mag het en sipt de haute vega aan een biococktail en likt zijn vingers af bij een vegatoetje.
2. Paleo- of oervega: Nu kroonjuweel soja van zijn sokkel is getrokken, gaan vegetariërs net als hun carnivoreske tegenvoeters terug tot de oertijd met liefst geraapte lokale gewassen en bereidingsmethoden van onze vroegste voorouders.
3. Urbanibalisme: Eten wat de 'wilde' stadsgronden voortbrengen. En dat is heel wat meer dan men op het eerste gezicht verwacht, zelfs als de rivierkreeftjes, snoekbaarzen en ander loslopend gedierte niet worden meegerekend.
Meer veggienistatrend onder de knop 'food & wine lingo'.
Puur willen we, eerlijk en ongepolijst. En dus willen we vuur. Zuiverende vlammen die likken aan ons ambachtelijke eten, liefst in een zelfgemetselde houtoven. Daar garen tot gourmetpizza's omgedoopte Italiaanse deegschijven naast een vuurtje van de fijne takjes van de beukenboom. Maar het blijft niet bij pizza alleen, ook brood, vlees, vis, kaas en nagerechten belanden in, op of naast het vuur: vuur in de keuken (en daarbuiten) is héét!
Open vuur en ook een op hout gestookte steenoven was iets waar de meeste Nederlandse gemeentes niet erg warm voor liepen. Het heeft dan ook tot een paar jaar geleden geduurd voordat deze trend echt vlam vatte, namelijk sinds de komst van brandveiliger stookvarianten.
De belevingsfactor ligt naast puurheid en versheid grotendeels ten grondslag aan de aantrekkingskracht. Want wat is er mooier dan je eigen voedsel ambachtelijk te zien garen rondom zoiets authentieks als écht vuur? Niet voor niks zijn jarenlang de video's met een openhaardvuurtje razend populair geweest bij menig urban flatbewoner en doet nu de screensaver met knapperend openhaardje op mobieltjes het goed. En serveert chef Marco Poldervaart tijdens de internationale Bocuse d'Or wedstrijd zijn vleesgerecht op een mini-bbq!
Dat de trend inmiddels de massa heeft bereikt (mede dankzij de nieuwe brandveilige dubbele rookkanalen), blijkt uit de opkomst van Amerikaanse houtovenpizzaketens, waar ex-showarmagrillers nu pizza's beleggen volgens Amerikaans beleggingssysteem. Bovendien nemen steeds meer Italiaanse restaurants een houtoven on the side. En heeft zelfs Van der Valk een rôtissoir, wat een te moeilijk woord is voor de gemiddelde Van-der-Valkganger en daarom in 'kippenwand' is herdoopt. Soms ook echt buiten op het eet- en/of kookterras. In dergelijke basale ovens worden steeds luxere pizzavarianten bereid met toppings als foie gras, dungesneden geroosterde fancy aardappel of zelfs kaviaar, waarmee bijvoorbeeld Californiër Wolfgang Puck zijn befaamde signature pizza's ondertekent in ondermeer zijn Las Vegas-filiaal van Spago.
Diezelfde Wolfgang heeft overigens, net als topchef Mario Batali, een gourmetdiepvriespizza in de Amerisupers liggen, die volgens de claim in een echte houtoven is gebakken. En dat terwijl in NYC pizzaïolo's juist teruggaan naar de manier waarop daar de allereerste pizza's begin twintigste eeuw werden bereid, namelijk in een kolengestookte oven. Overigens op basis van net zo goed een vuur.
Maar de pizza is allang niet meer de enige die gaart bij de gratie van vlammen. Vuur domineert een compleet nieuwe generatie restaurants. Met rôtissoirs, big green eggs, hele smokehouses en rook-, Dutch en takkenbossenovens binnen of buiten de keuken gaan zij terug tot de basis, het open vuur, waarmee volgens boeken als Catching Fire van onderzoeker Richard Wrangham de beschaving ooit begon. En volgens dat andere boek, de bijbel, ook weer zal eindigen. Ashes to ashes, om David Bowie te citeren (die op zijn beurt weer de bijbel quootte en bovendien zijn gezicht graag opsierde met een vlammende bliksemschicht).
Ook de horeca met open haard waarop wordt gegrild en gebakken, is sterk in opkomst. Vooral vlees op het buitenvuur raakt kennelijk aan onze diepste oergevoelens: vuur plus vlees staat immers voor onze prehistorie. Een oeraantrekkingskracht die wordt aangewakkerd door de huidige apathische virtuele tijden. Verder terug tot de basis dan dat kunnen we nauwelijks. En tot de basis willen we. In een vurig verlangen naar de (oer)tijd dat alles nog ongecompliceerd was en vooral echt als vuur? Hoe dan ook, van met de gasbrander à la minute bewerkte omelette sibérienne in het hoofdstedelijke The French Café en pasta al parmiggiano (met brandende grappa geflambeerde Parmezaanse kaas) bij Italia Oggi (eveneens in Amsterdam) en de rôtissoir alias 'kippenwand' bij de Van-der-Valkrestaurants, tot de takkenbossenoven van broodbakker Ton IJsseldijk in het Overijsselse Lettele: vuur is héét!
(foto: Arturo's Coaloven pizza est. 1957, Greenwich, NYC)
Top 3 (Oer)vuur:
1. Paleodieet op oervuur: Retroër komt het niet dan foodwise terugaan tot de oertijd, vanuit de gedachte dat de mens sinds hij uit zijn hol kroop genetisch nauwelijks is veranderd en dus wat zijn ingewanden betreft beter is ingericht op het dieet van de BBQ-ende oermens dan op het moderne 'geraffineerde' fabrieksdieet.
2. Houtoven ex aequo rôtissoir: Het begon met de pizza, maar er worden ook brood en zelfs hele voor-, hoofd én nagerechten in gegaard. Geen zichzelf respecterend restaurant of bakkerij kan meer zonder via geraapte twijgjes verwarmde houtoven (ook wel steenoven, naar de stenen vloer). En de rôtissoir ('kippenwand' bij Van der Valk) beleefde rond de millenniumwisseling weliswaar al een klein hoogtepuntje als horecaccessoire, maar vat nu pas echt vlam. En draait niet enkel om kippetjes, maar om hele vissen en aanverwanten.
3. Robata: Aardse (of liever zanderige) Japanse vorm van grillen die letterlijk 'bij het vuur' betekent en al eeuwenlang door Noord-Japanse vissers op het strand wordt beoefend. Rond een ziggurat van hete kolen worden pennen met grof gezouten stukken vis, vlees of groenten in het zand geprikt. Geen trendtent aan de Amerikaanse West-Coast kan meer zonder.
Meer (oer)vuurtrend onder de knop 'food & wine lingo'.
Wat begon met de economische en financiële recessie verinnerlijkt nu naar een andere houding ten opzichte van geld en de waarde daarvan. Maar vooral ook ten opzichte van de wereld. Zuinigheid blijkt namelijk heel goed samen te gaan met duurzaamheid. Zo ontstaat zeg maar gerust de nieuwe vrekkigheid die kwaliteit verkiest boven kwantiteit. Goeie basics boven luxe. Een goed gevoel over de aarde boven het eigen volgevreten ik. De recessie is hiermee zelf tot (back-to-basic)trend verheven en de beknibbelende consument tot trendsetter. Oók recessiefood=fashion, maar... vooral een overgangsfase naar een nieuwe tijd van verlichting: food=sharing!
Nog nooit is 'laag voedsel' door de fooderati zo tot high verheven als nu. Van knapperige kippenvellen tot varkensbuik en de aardappel. Dankzij de recessie is niet alleen de monetaire klok vijftig jaar teruggezet, maar zijn tegelijk de foodtrends gereset naar het era van oma's (boeren)basiskeuken. Sinds recessie ontegenzeggelijk wereldwijd de belangrijkste ontwikkeling is, zien we vertalingen in mode, design, reclame en zeker niet in de laatste plaats in food. Lingo als 'recessionista', 'chiconomics', 'haut bohémien', 'NFP' (New Faux Poor), 'thrift chic', 'recessiechic', 'barefoot chic' en 'nostalgie de la boue' beheerst na tijden van overdaad en bling de mode- en foodkolommen. Vintagewinkels doen dan ook goede zaken. En foodmagazines ruimen hele katernen in voor goedkoop en basic thuiskoken.
Ook de horeca is veranderd van een verkopers- in een kopersmarkt. Neofastfoodtenten serveren de toestromende consumenten een trendy maal tegen recessieprijzen. Middenklassers bieden recessiemenu’s aan en zelfs toprestaurants gaan terug naar de basis, of laten de klant bepalen hoeveel hun diner waard is. In restaurant Cuba Libre in het Limburgse Vijlen 'onderhandelingsmenu' gedoopt. Ze geven hun michelinsterren terug, serveren laagdrempelige drunches, bieden de mogelijkheid tot shared dining en openen in de kelder of op zolder een sandwich- of edelsnackbar. Brits foodjournalist Nick Lander voorspelt zelfs het einde van de term 'restaurant', vanwege de inmiddels ongewenste luxe, snobistische en dure bijklank. Het zogenaamd comfort food dat tegelijk troost en vult, vervangt intussen op de menukaart steeds meer de hap-slik-weg luxefranje. En de arrogante 'ik-ben-eigenlijk-acteur/model/popsterhouding' van de bediening maakt plaats voor service- en klantgerichtheid.
Voor de thuismarkt bestaan er websites en kookboeken die leren hoe (over)grootmoeder in recessietijden met restjes kookwonderen verrichtte. Ze gaan in deze magere tijden als rauwe bonen over de toonbank. De enige die nog echt goede zaken doen zijn de supermarkten. Juist ook met hun duurdere kwaliteitsproducten, want kwaliteit willen we (voorlopig nog) niet laten varen. En dus blazen we het stof van die tot nog toe zelden gebruike profi keukenapparatuur en gaan thuis uitgebreid rustiek uit eten. Speakeasy chic, recession gourmet en frugal dining heet dat in de States en vooral in recessieslachtoffer Engeland: eten als een koning voor bedelaarsprijzen. Vrekkigheid revisited.
Sommigen vrezen dat hiermee ook de biologische en duurzame ontwikkelingen in recessie gaan. Maar veel anderen zien in deze nieuwe situatie juist een kans om eindelijk een eco-duurzame ommezwaai in het denken van de consumens te bewerkstelligen. Wie weloverwogen koopt (en kookt), redt de planeet én zijn portemonnee. De nieuw ontstane levensstijl zou kunnen leiden tot nieuwe gematigde consumptiepatronen en hergebruikgewoontes en een eerlijker verdeling van het voedsel. Ook in foodtrends gaat de gouden regel op: De graaieconomie zijn dood is de planeet zijn trendbrood.
Recessie betekent letterlijk 'teruggang'. Na een periode van overkoken, scheiden we nu het snobistische, vervuilende en energievretende kaf van het koren en gaan terug naar de basis. Hopelijk zonder dat dit ten koste gaat van duurzaamheid, smaak, gezondheid, eerlijkheid of kwaliteit. Want is de basis goed, heb je geen franje nodig, zo prediken niet geheel toevallig alle heersende trends al een tijdje. In food en ver daarbuiten. Just what the doctor ordered.
(foto: Eerlijk 'laag' basisvoedsel komt tot grote hoogten: kalfslever, gebakken aardappelen, salade van Le Puy-linzen en ajuinkonfituur)
Top 3 vrekkenchic:
1. DIY (Do It Yourself): Zelf rustiek & authentiek belevingskoken, brood bakken, groenten verbouwen en/of rapen in het wild plus bier, koffie of thee brouwen, scheelt fundamenteel in de kosten. Nou ja, het kost tijd, maar laat dat nou het enige zijn dat we in een recessie ineens weer wél in overvloed hebben.
2. Eten voor half geld: Wat in de horeca begon als een middel om tijdens de recessie klanten te blijven trekken, is uitgegroeid tot een nieuwe levenshouding. Het is hip om goedkoop te gaan. Geen verspilling meer, ook niet van geld. En dus zitten de 'early bird' restaurants ineens vol met de trendy scene in plaats van de lokale bejardensoos.
3. De nieuwe gezamenlijke vrekkigheid: In plaats van met truffels geïnfuseerde coquilles in een champagnesabayon met saffraan, Madagascar vanille en bladgoud, flirten we met 'laag voedsel'. We stampen een eerlijke, rustieke eigenteelt aardappel volgens oma's vintage recept en drinken daarbij het liefst samen met onze hele (buurt)gemeenschap eigengebrouwen bier, thee of koffie of betrekken een en ander van de plaatselijke (bier)boer. Immers, de streekboerenfamilies zijn óók de designerlabels van het vrekkenfood. Sterker nog: zij zijn de voedselmessiassen die ons naar de Nieuwe Voedseltijd leiden.
Meer vrekkenchictrend onder de knop 'food & wine lingo'
Een nieuwe generatie winkels, bars, foodtrucks, supperclubs met deurbeleid en (pop-up)antirestaurants doet wat de industrie moeilijk kan: het aanbod personaliseren en de klant de mogelijkheid bieden de eigen specifieke gastrosmaak te volgen om zich optimaal uit te drukken via zijn voedselkeuzes. Couture. Custommade. Want iedere Millennial uit de iPodgeneratie voelt zich uniek. En zijn smaak niet minder. Food=fashion!
Sinds meneer Kaktus ons in onze jeugd leerde applaudisseren voor onszelf, hebben marketeers steeds meer moeite om ons consumenten nog te vangen in een marketingmodel. We zijn immers allemaal zo uniek, anders en bijzonder, dat geen enkel model meer vat op ons heeft. Lang heeft het dan ook geduurd voordat daar een gepast antwoord op kwam vanuit de serviceverleners en horeca. Maar nu bestellen we alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, buiten de kaart om en krijgen net als in de haute couture graag alles bespoke - made to measure our taste.
Bij deze persoonlijke benadering passen couturematige horecaconcepten waar geen zitplaats is voor de onpersoonlijke confectiemassa. Tijdelijke en liefst op onverwachte locaties opduikende, zogenaamde pop-uprestaurants, underground (thuis)restaurants, supperclubs met deurbeleid, foodtrucks, geheime pekelgenootschappen, mobiele en in huiskamers gehouden underground boerenmarkten, bierkelders, speakeasy’s en andere ‘antihoreca’ die ons gevoel ondersteunen uniek te zijn. Tot nog toe moesten we genoegen nemen met hoe de aanbieder vond dat het eten moest zijn. Vooral de tophoreca líjkt aan couture te doen, totdat je kenbaar maakt dat je het anders wilt. Dan ben je de creaties van de chef niet waard. Nu delen wij de lakens uit en laten we het eten of de drank als een couturejapon of maatpak naar ons lijf en onze smaak tailleren.
Ons kopje (meeneem)koffie was een ware pionier in dit couturizingtraject met uiterst gepersonaliseerde bestellingen van minstens drie volzinnen lang. Het bracht customizen op een nieuw nivo. Nu maakt ijswinkel Icream in Chicago per klant op diens smaak afgestemde microbatches ijs. En mogen we bij La Place ons broodje geheel naar eigen inzicht samenstellen. We componeren online onze muesli(reep), gourmetpopcorn, chocoladerepen van chocomize.com en theeblends, om ze de volgende dag op de deurmat te vinden. Er zijn koekjesvormpjes om met behulp van losse letters couturized tekstboodschappen in het deeg mee te kunnen bakken. Ook komen er steeds meer restaurants die hun eigen speciaal naar hun eisen gebrouwen huisbier serveren, of poirés en andere couturedrankjes. Bagelshop Vic's in NYC serveert cream cheese (het meest populaire bagelbeleg) in couturevarianten met bijvoorbeeld za'atar, edamame boontjes, zongedroogde tomaten.
Overigens zitten de koffieaanbieders nog steeds niet stil en verfijnen hun couturizingtrajecten met de dag. Zo kan bij Starbucks inmiddels zelfs de frappuccino volledig naar eigen smaak en inzicht worden samengesteld. Speciaal voor de 18 tot 24-jarige zogenaamde 'Millennials', ook wel de iPodgeneratie, die niet anders gewend is dan hun wensen op maat vervuld te zien worden.
Dit alles zonder de materiële chicdoenerij van de gevestigde horeca. Maar rauw, ambachtelijk, slow en lichtelijk punky rebels. Op de geïmproviseerde aanschuiftafel, bar of uitgifteloket van deze huiskamer- en andere horeca betaalbaar, antichic lokaal voedsel zonder halffabrikaten of afbakontbijtkoek. En met zelfmeegebrachte drank (BYOB, Bring Your Own Booze). En dat laatste niet alleen omdat de (semi-)illegale uitbater geen alcoholvergunning zou hebben, maar omdat daarmee onze persoonlijke smaak het meest gediend is. De tijdelijkheid en halve illegaliteit van dergelijke eetgelegenheden verhogen het gevoel van uniciteit. Een handgeplukt groepje gelijkgestemden mag aanschuiven, maar pas nadat ze via sociale media als Twitter achter het adres zijn gekomen en vervolgens het juiste wachtwoord hebben gefluisterd. Een ultiemer statussymbool dan zo’n insideruitnodiging is niet denkbaar. En zo voelt iedereen zich uniek. En zit het eten en drinken als gegoten. Applaus voor jezelf!
(foto: Couturemelkpak gemaakt van koeienhuid, Mariëlle den Engelsman, vankoeienhuidnaarmelkpak@hotmail.com)
Top 3 Couturizing:
1. Bespoke: Ook in maatwerk bestaan gradaties. Engelse term geleend uit de kledingscene, waar het staat voor made to measure maatpakken. Zoals van de beroemde Britse en Italiaanse kleermakers. Benadrukt de exclusiviteit van ingrediënten en de exact op de wensen van de klant afgestemde bereiding en afwerking. Zoals het per klant custom made ijs met behulp van stikstof bij Icream in Chicago.
2. DIY slachten: Voorheen was DIY een teken van armoede, nu een statussymbool en de hoogste vorm van couturizing - persoonlijker en meer op maar gemaakt dan zelfgemaakt bestaat immers niet. En nav het nieuwste succes van Julie ("& Julia's") Powell gaan we DIY slachten!
3. Pop-up underground guerilla (anti)restaurants: Made to measure our specialist tastes. De tijdelijkheid en halve illegaliteit van deze huiskamereetgelegenheden verhogen het gevoel van uniciteit.
Meer couturizingtrend onder 'food & winelingo'.

|
|
 |

Koop nu en grijp nooit meer naast de foodtrends!

Lees hier over
de eerste editie in Het Parool!
|